uitwasemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitwasemen

The word "uitwasemen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitwasemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitwasemend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgewaseemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaseem uit
jijwaseemt uit
hijwaseemt uit
wijwasemen uit
julliewasemen uit
zijwasemen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgewaseemd
jijhebt uitgewaseemd
hijheeft uitgewaseemd
wijhebben uitgewaseemd
julliehebben uitgewaseemd
zijhebben uitgewaseemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwaseemde uit
jijwaseemde uit
hijwaseemde uit
wijwaseemden uit
julliewaseemden uit
zijwaseemden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgewaseemd
jijhad uitgewaseemd
hijhad uitgewaseemd
wijhadden uitgewaseemd
julliehadden uitgewaseemd
zijhadden uitgewaseemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitwasemen
jijzult uitwasemen
hijzal uitwasemen
wijzullen uitwasemen
julliezullen uitwasemen
zijzullen uitwasemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgewaseemd hebben
jijzult uitgewaseemd hebben
hijzal uitgewaseemd hebben
wijzullen uitgewaseemd hebben
julliezullen uitgewaseemd hebben
zijzullen uitgewaseemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitwasemen
jijzou uitwasemen
hijzou uitwasemen
wijzouden uitwasemen
julliezouden uitwasemen
zijzouden uitwasemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgewaseemd hebben
jijzou uitgewaseemd hebben
hijzou uitgewaseemd hebben
wijzouden uitgewaseemd hebben
julliezouden uitgewaseemd hebben
zijzouden uitgewaseemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaseem uit

Verbs similar to 'uitwasemen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information