tiranniseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tiranniseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tiranniseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tiranniserend
Past participle - Verleden deelwoord: getiranniseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktiranniseer
jijtiranniseert
hijtiranniseert
wijtiranniseren
jullietiranniseren
zijtiranniseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getiranniseerd
jijhebt getiranniseerd
hijheeft getiranniseerd
wijhebben getiranniseerd
julliehebben getiranniseerd
zijhebben getiranniseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktiranniseerde
jijtiranniseerde
hijtiranniseerde
wijtiranniseerden
jullietiranniseerden
zijtiranniseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getiranniseerd
jijhad getiranniseerd
hijhad getiranniseerd
wijhadden getiranniseerd
julliehadden getiranniseerd
zijhadden getiranniseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tiranniseren
jijzult tiranniseren
hijzal tiranniseren
wijzullen tiranniseren
julliezullen tiranniseren
zijzullen tiranniseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getiranniseerd hebben
jijzult getiranniseerd hebben
hijzal getiranniseerd hebben
wijzullen getiranniseerd hebben
julliezullen getiranniseerd hebben
zijzullen getiranniseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tiranniseren
jijzou tiranniseren
hijzou tiranniseren
wijzouden tiranniseren
julliezouden tiranniseren
zijzouden tiranniseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getiranniseerd hebben
jijzou getiranniseerd hebben
hijzou getiranniseerd hebben
wijzouden getiranniseerd hebben
julliezouden getiranniseerd hebben
zijzouden getiranniseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtiranniseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information