Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: stoten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stotend
Past participle - Verleden deelwoord: gestoten
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | stoot |
| jij | stoot |
| hij | stoot |
| wij | stoten |
| jullie | stoten |
| zij | stoten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gestoten |
| jij | hebt gestoten |
| hij | heeft gestoten |
| wij | hebben gestoten |
| jullie | hebben gestoten |
| zij | hebben gestoten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | stiet; stootte |
| jij | stiet; stootte |
| hij | stiet; stootte |
| wij | stieten; stootten |
| jullie | stieten; stootten |
| zij | stieten; stootten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gestoten |
| jij | had gestoten |
| hij | had gestoten |
| wij | hadden gestoten |
| jullie | hadden gestoten |
| zij | hadden gestoten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal stoten |
| jij | zult stoten |
| hij | zal stoten |
| wij | zullen stoten |
| jullie | zullen stoten |
| zij | zullen stoten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gestoten hebben |
| jij | zult gestoten hebben |
| hij | zal gestoten hebben |
| wij | zullen gestoten hebben |
| jullie | zullen gestoten hebben |
| zij | zullen gestoten hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou stoten |
| jij | zou stoten |
| hij | zou stoten |
| wij | zouden stoten |
| jullie | zouden stoten |
| zij | zouden stoten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gestoten hebben |
| jij | zou gestoten hebben |
| hij | zou gestoten hebben |
| wij | zouden gestoten hebben |
| jullie | zouden gestoten hebben |
| zij | zouden gestoten hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'stoten'
stomen,
storen,
storten,
stoven,
afstoten,
smoren,
spotten,
staken,
staren,
starten,
Translations
bump, to knock against with a light blow or collision
push, to apply a force to something so that it moves away
stub, to jam, hit, or bump, especially a toe
Sample Sentences
-
[...] het bijkans noodlottig met mij afgeloopen; want nadat de zee mij, gelijk te voren, naar land had gesleept, wierp zij mij tegen eene klip, en dat met zoo veel geweld, dat ik bewusteloos nederzeeg. De stoot, dien ik op mijne zijde en borst ontving, benam mij den adem, en zoo de zee onmiddellijk terug gekomen ware, zou ik verstikt zijn in het water; maar voor dat dit gebeurde, was ik een weinig tot mij [...]
(Robinson Crusoe)
-
Vervolgens bedacht ik, hoe goed voor mijn onderhoud gezorgd was, en wat mijn lot zou geweest zijn, als niet (hetgeen honderdduizend tegen een was ) het schip van de plaats, waar het eerst gestooten had, vlot geraakt, en zoo digt bij den wal gedreven was, dat ik in staat was geweest, er al die goederen uit te halen. Hoe zou mijn toestand geweest zijn, als ik had moeten leven in den staat, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] het strand verlieten. Ik twijfel niet of zij waren er verscheidene malen, nadat ik hun spoor ontdekt had, geweest; en ik huiverde bij de gedachte wat mijn toestand zou geweest zijn, als ik op hen gestooten had, en zij mij ontdekt hadden, alleen gewapend met een geweer, soms met eenigen hagel slechts geladen. Welk een verrassing zou het geweest zijn als ik in plaats van een afdruk van een voet, een [...]
(Robinson Crusoe)
-
Dit deed weder nieuwe gissingen bij mij ontstaan; ik geloofde thans, dat deze menschen misschien tot het schip behoord hadden, dat naar mijn eiland heengeslagen was, en dat nadat het schip op de rots gestooten had, en zij een onvermijdelijken dood voor oogen zagen, zij zich in de boot gered hadden en op de woeste kust onder de wilden geland waren. Ik vroeg vervolgens naauwkeuriger wat er van hen geworden [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch stôten, from Old Dutch stōtan, from Proto-West Germanic *stautan, from Proto-Germanic *stautaną. See: Proto-Germanic '
*stautaną'.
Verbs referencing "stoten"
German, old spelling
stoßen, Scots
stot, Latin
tundo, English
stotter, Luxembourgish
stoussen, German, Pennsylvania
schtoosse, Danish
støde.
Additional Information