spoken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spoken

The word "spoken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spoken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: spokend
Past participle - Verleden deelwoord: gespookt

Cognates

See the 4 cognates of spoken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspook
jijspookt
hijspookt
wijspoken
julliespoken
zijspoken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gespookt
jijhebt gespookt
hijheeft gespookt
wijhebben gespookt
julliehebben gespookt
zijhebben gespookt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspookte
jijspookte
hijspookte
wijspookten
julliespookten
zijspookten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gespookt
jijhad gespookt
hijhad gespookt
wijhadden gespookt
julliehadden gespookt
zijhadden gespookt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal spoken
jijzult spoken
hijzal spoken
wijzullen spoken
julliezullen spoken
zijzullen spoken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gespookt hebben
jijzult gespookt hebben
hijzal gespookt hebben
wijzullen gespookt hebben
julliezullen gespookt hebben
zijzullen gespookt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou spoken
jijzou spoken
hijzou spoken
wijzouden spoken
julliezouden spoken
zijzouden spoken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gespookt hebben
jijzou gespookt hebben
hijzou gespookt hebben
wijzouden gespookt hebben
julliezouden gespookt hebben
zijzouden gespookt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspook

Verbs similar to 'spoken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Het spookte flink vannacht. (The weather was very stormy tonight.)

Etymology

From Middle Dutch spoken. Equivalent to spook + -en.

Verbs referencing "spoken"

Danish spøge, German, old spelling spuken.

Additional Information