overstemmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overstemmen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overstemmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overstemmend
Past participle - Verleden deelwoord: overstemd; overgestemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikoverstem; stem over
jijoverstemt; stemt over
hijoverstemt; stemt over
wijoverstemmen; stemmen over
jullieoverstemmen; stemmen over
zijoverstemmen; stemmen over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overstemd; overgestemd
jijhebt overstemd; overgestemd
hijheeft overstemd; overgestemd
wijhebben overstemd; overgestemd
julliehebben overstemd; overgestemd
zijhebben overstemd; overgestemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoverstemde; stemde over
jijoverstemde; stemde over
hijoverstemde; stemde over
wijoverstemden; stemden over
jullieoverstemden; stemden over
zijoverstemden; stemden over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overstemd; overgestemd
jijhad overstemd; overgestemd
hijhad overstemd; overgestemd
wijhadden overstemd; overgestemd
julliehadden overstemd; overgestemd
zijhadden overstemd; overgestemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overstemmen
jijzult overstemmen
hijzal overstemmen
wijzullen overstemmen
julliezullen overstemmen
zijzullen overstemmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overstemd; overgestemd hebben
jijzult overstemd; overgestemd hebben
hijzal overstemd; overgestemd hebben
wijzullen overstemd; overgestemd hebben
julliezullen overstemd; overgestemd hebben
zijzullen overstemd; overgestemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overstemmen
jijzou overstemmen
hijzou overstemmen
wijzouden overstemmen
julliezouden overstemmen
zijzouden overstemmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overstemd; overgestemd hebben
jijzou overstemd; overgestemd hebben
hijzou overstemd; overgestemd hebben
wijzouden overstemd; overgestemd hebben
julliezouden overstemd; overgestemd hebben
zijzouden overstemd; overgestemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijoverstem; stem over

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

overtreffen
verslaan

Sample Sentences

Etymology

From over + stemmen.

Additional Information