overrijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overrijden

The word "overrijden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overrijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overrijdend
Past participle - Verleden deelwoord: overgerijd

Cognates

See the 3 cognates of overrijden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrijd over
jijrijdt over
hijrijdt over
wijrijden over
jullierijden over
zijrijden over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgerijd
jijhebt overgerijd
hijheeft overgerijd
wijhebben overgerijd
julliehebben overgerijd
zijhebben overgerijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrijdde over
jijrijdde over
hijrijdde over
wijrijdden over
jullierijdden over
zijrijdden over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgerijd
jijhad overgerijd
hijhad overgerijd
wijhadden overgerijd
julliehadden overgerijd
zijhadden overgerijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overrijden
jijzult overrijden
hijzal overrijden
wijzullen overrijden
julliezullen overrijden
zijzullen overrijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgerijd hebben
jijzult overgerijd hebben
hijzal overgerijd hebben
wijzullen overgerijd hebben
julliezullen overgerijd hebben
zijzullen overgerijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overrijden
jijzou overrijden
hijzou overrijden
wijzouden overrijden
julliezouden overrijden
zijzouden overrijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgerijd hebben
jijzou overgerijd hebben
hijzou overgerijd hebben
wijzouden overgerijd hebben
julliezouden overgerijd hebben
zijzouden overgerijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrijd over

Verbs similar to 'overrijden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ons hondje werd vorige week overreden. (Our dog was ran over last week.)

Etymology

From over- + rijden.

Verbs referencing "overrijden"

English override.

Additional Information