invoegen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of invoegen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: invoegen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: invoegend
Past participle - Verleden deelwoord: ingevoegd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvoeg in
jijvoegt in
hijvoegt in
wijvoegen in
jullievoegen in
zijvoegen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingevoegd
jijhebt ingevoegd
hijheeft ingevoegd
wijhebben ingevoegd
julliehebben ingevoegd
zijhebben ingevoegd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvoegde in
jijvoegde in
hijvoegde in
wijvoegden in
jullievoegden in
zijvoegden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingevoegd
jijhad ingevoegd
hijhad ingevoegd
wijhadden ingevoegd
julliehadden ingevoegd
zijhadden ingevoegd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal invoegen
jijzult invoegen
hijzal invoegen
wijzullen invoegen
julliezullen invoegen
zijzullen invoegen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingevoegd hebben
jijzult ingevoegd hebben
hijzal ingevoegd hebben
wijzullen ingevoegd hebben
julliezullen ingevoegd hebben
zijzullen ingevoegd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou invoegen
jijzou invoegen
hijzou invoegen
wijzouden invoegen
julliezouden invoegen
zijzouden invoegen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingevoegd hebben
jijzou ingevoegd hebben
hijzou ingevoegd hebben
wijzouden ingevoegd hebben
julliezouden ingevoegd hebben
zijzouden ingevoegd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvoeg in

Translations

  • insert, put in between or into
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    inlassen
    intercaleren, tussenvoegen

    Sample Sentences

    Etymology

    From in + voegen. Compare German einfügen. See: German, old spelling 'einfügen'.

    Verbs referencing "invoegen"

    German, old spelling einfügen.

    Additional Information