hiken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hiken

The word "hiken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hikend
Past participle - Verleden deelwoord: gehiikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhiik
jijhiikt
hijhiikt
wijhiken
julliehiken
zijhiken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehiikt
jijhebt gehiikt
hijheeft gehiikt
wijhebben gehiikt
julliehebben gehiikt
zijhebben gehiikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhiikte
jijhiikte
hijhiikte
wijhiikten
julliehiikten
zijhiikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehiikt
jijhad gehiikt
hijhad gehiikt
wijhadden gehiikt
julliehadden gehiikt
zijhadden gehiikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hiken
jijzult hiken
hijzal hiken
wijzullen hiken
julliezullen hiken
zijzullen hiken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehiikt hebben
jijzult gehiikt hebben
hijzal gehiikt hebben
wijzullen gehiikt hebben
julliezullen gehiikt hebben
zijzullen gehiikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hiken
jijzou hiken
hijzou hiken
wijzouden hiken
julliezouden hiken
zijzouden hiken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehiikt hebben
jijzou gehiikt hebben
hijzou gehiikt hebben
wijzouden gehiikt hebben
julliezouden gehiikt hebben
zijzouden gehiikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhiik

Verbs similar to 'hiken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English hike. See: English 'hike'.

Additional Information