hardmaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hardmaken

The word "hardmaken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hardmaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hardmakend
Past participle - Verleden deelwoord: gehardmaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhardmaak
jijhardmaakt
hijhardmaakt
wijhardmaken
julliehardmaken
zijhardmaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehardmaakt
jijhebt gehardmaakt
hijheeft gehardmaakt
wijhebben gehardmaakt
julliehebben gehardmaakt
zijhebben gehardmaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhardmaakte
jijhardmaakte
hijhardmaakte
wijhardmaakten
julliehardmaakten
zijhardmaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehardmaakt
jijhad gehardmaakt
hijhad gehardmaakt
wijhadden gehardmaakt
julliehadden gehardmaakt
zijhadden gehardmaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hardmaken
jijzult hardmaken
hijzal hardmaken
wijzullen hardmaken
julliezullen hardmaken
zijzullen hardmaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehardmaakt hebben
jijzult gehardmaakt hebben
hijzal gehardmaakt hebben
wijzullen gehardmaakt hebben
julliezullen gehardmaakt hebben
zijzullen gehardmaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hardmaken
jijzou hardmaken
hijzou hardmaken
wijzouden hardmaken
julliezouden hardmaken
zijzouden hardmaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehardmaakt hebben
jijzou gehardmaakt hebben
hijzou gehardmaakt hebben
wijzouden gehardmaakt hebben
julliezouden gehardmaakt hebben
zijzouden gehardmaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhardmaak

Verbs similar to 'hardmaken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information