Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: gunnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gunnend
Past participle - Verleden deelwoord: gegund
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | gun |
| jij | gunt |
| hij | gunt |
| wij | gunnen |
| jullie | gunnen |
| zij | gunnen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gegund |
| jij | hebt gegund |
| hij | heeft gegund |
| wij | hebben gegund |
| jullie | hebben gegund |
| zij | hebben gegund |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | gunde |
| jij | gunde |
| hij | gunde |
| wij | gunden |
| jullie | gunden |
| zij | gunden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gegund |
| jij | had gegund |
| hij | had gegund |
| wij | hadden gegund |
| jullie | hadden gegund |
| zij | hadden gegund |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal gunnen |
| jij | zult gunnen |
| hij | zal gunnen |
| wij | zullen gunnen |
| jullie | zullen gunnen |
| zij | zullen gunnen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gegund hebben |
| jij | zult gegund hebben |
| hij | zal gegund hebben |
| wij | zullen gegund hebben |
| jullie | zullen gegund hebben |
| zij | zullen gegund hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou gunnen |
| jij | zou gunnen |
| hij | zou gunnen |
| wij | zouden gunnen |
| jullie | zouden gunnen |
| zij | zouden gunnen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gegund hebben |
| jij | zou gegund hebben |
| hij | zou gegund hebben |
| wij | zouden gegund hebben |
| jullie | zouden gegund hebben |
| zij | zouden gegund hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'gunnen'
aanballen,
aanbellen,
aanbollen,
aanbrullen,
aaneenwellen,
aanleggen,
aanrollen,
aanschellen,
aanstellen,
aantellen,
aantillen,
aanvollen,
aanvullen,
aanwellen,
aanwennen,
achternahollen,
achterstellen,
afbellen,
afgillen,
afhollen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'gunnen'
kunnen,
dunken,
innen,
kennen,
minnen,
munten,
wennen,
winnen,
zinnen,
banen,
Translations
Sample Sentences
-
[...] vond ik de timmermanskist, dat inderdaad een belangrijke vond voor mij was, en toen van meer waarde voor mij dan eene scheepslading goud. Ik bragt die geheel op mijn vlot, zonder mij den tijd te gunnen van na te zien wat er in was, want dit wist ik over het geheel wel.
(Robinson Crusoe)
-
[...] en laaghartigst gedragen had, kwam met nog twee van het volk naar hen toe. De kapitein werd woedend, toen hij den voornaamsten aanlegger zoo digt onder zijn bereik zag, dat hij zich naauwelijks tijd gunde om hem zoo digt te laten naderen, dat hij zeker van hem was, want hij had nog alleen zijne stem gehoord; maar toen zij naderkwamen sprongen de kapitein en Vrijdag op de been en gaven vuur op hen. De [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
1. From Middle Dutch gunnen, from Old Dutch *giunnan, from Proto-Germanic *gaunnaną, a prefixed form of *unnaną.
2. Cognate with German gönnen. See: German, old spelling '
gönnen'.
Verbs referencing "gunnen"
German, old spelling
gönnen, Luxembourgish
gënnen, Old English
geunnan, Old Saxon
giunnan.
Additional Information