gaarkoken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gaarkoken

The word "gaarkoken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gaarkoken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gaarkokend
Past participle - Verleden deelwoord: gegaarkookt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgaarkook
jijgaarkookt
hijgaarkookt
wijgaarkoken
julliegaarkoken
zijgaarkoken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegaarkookt
jijhebt gegaarkookt
hijheeft gegaarkookt
wijhebben gegaarkookt
julliehebben gegaarkookt
zijhebben gegaarkookt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgaarkookte
jijgaarkookte
hijgaarkookte
wijgaarkookten
julliegaarkookten
zijgaarkookten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegaarkookt
jijhad gegaarkookt
hijhad gegaarkookt
wijhadden gegaarkookt
julliehadden gegaarkookt
zijhadden gegaarkookt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gaarkoken
jijzult gaarkoken
hijzal gaarkoken
wijzullen gaarkoken
julliezullen gaarkoken
zijzullen gaarkoken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegaarkookt hebben
jijzult gegaarkookt hebben
hijzal gegaarkookt hebben
wijzullen gegaarkookt hebben
julliezullen gegaarkookt hebben
zijzullen gegaarkookt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gaarkoken
jijzou gaarkoken
hijzou gaarkoken
wijzouden gaarkoken
julliezouden gaarkoken
zijzouden gaarkoken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegaarkookt hebben
jijzou gegaarkookt hebben
hijzou gegaarkookt hebben
wijzouden gegaarkookt hebben
julliezouden gegaarkookt hebben
zijzouden gegaarkookt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgaarkook

Verbs similar to 'gaarkoken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information