Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: duiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: duikend
Past participle - Verleden deelwoord: gedoken
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | duik |
| jij | duikt |
| hij | duikt |
| wij | duiken |
| jullie | duiken |
| zij | duiken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gedoken |
| jij | hebt gedoken |
| hij | heeft gedoken |
| wij | hebben gedoken |
| jullie | hebben gedoken |
| zij | hebben gedoken |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | dook |
| jij | dook |
| hij | dook |
| wij | doken |
| jullie | doken |
| zij | doken |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gedoken |
| jij | had gedoken |
| hij | had gedoken |
| wij | hadden gedoken |
| jullie | hadden gedoken |
| zij | hadden gedoken |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal duiken |
| jij | zult duiken |
| hij | zal duiken |
| wij | zullen duiken |
| jullie | zullen duiken |
| zij | zullen duiken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gedoken hebben |
| jij | zult gedoken hebben |
| hij | zal gedoken hebben |
| wij | zullen gedoken hebben |
| jullie | zullen gedoken hebben |
| zij | zullen gedoken hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou duiken |
| jij | zou duiken |
| hij | zou duiken |
| wij | zouden duiken |
| jullie | zouden duiken |
| zij | zouden duiken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gedoken hebben |
| jij | zou gedoken hebben |
| hij | zou gedoken hebben |
| wij | zouden gedoken hebben |
| jullie | zouden gedoken hebben |
| zij | zouden gedoken hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'duiken'
afbuigen,
afduiken,
buigen,
druipen,
duiken,
fluiten,
kruipen,
luiken,
onderduiken,
ontluiken,
ruiken,
sluipen,
zuigen,
zuipen,
Verbs similar to 'duiken'
duiden,
dunken,
luiken,
ruiken,
afduiken,
buigen,
bukken,
danken,
dekken,
denken,
Translations
dive, to swim under water
dive, to jump into water
dive, undertake enthusiastically
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] want ik had zoo spoedig mogelijk mijn geweer geladen, en zeide Xury, dat hij de beide anderen zou laden. Zoodra hij binnen schot kwam, gaf ik vuur en trof hem vlak in den kop. Oogenblikkelijk dook hij, doch kwam spoedig weder boven, hetgeen hij verscheidene malen herhaalde, naar het scheen met den dood worstelende. Hij trachtte het strand te bereiken, maar vóór dien tijd was hij reeds dood.
(Robinson Crusoe)
-
[...] had mij van veel nut te zullen zijn. Toen het echter laag water was, bragt ik nog verscheidene stukken touw aan wal, en eenig ijzerwerk, schoon met ontzettend veel moeite, want ik moest er naar duiken, hetgeen voor mij een allerafmattendst werk was. Ik ging daarop ieder dag naar boord, en bragt mede wat ik kon.
(Robinson Crusoe)
-
[...] zag ik verscheidene zeevogels, die ik niet kende, maar ik was verrast en bijkans verschrikt door het zien van twee robben, die, terwijl ik er op staarde, en alvorens ik zag wat dit waren, in zee doken en mij voor dat oogenblik ontsnapten.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch duken, from Old Dutch *dūcan, from Proto-West Germanic *dūkan, from Proto-Germanic *dūkaną. Cognate with English (to) duck. See: Middle Dutch '
duken', Proto-Germanic '
*dūkaną', English '
duck'.
Verbs referencing "duiken"
English
duck, German, old spelling
tauchen, Luxembourgish
dauchen, Sranan
dukrun.
Additional Information