duiken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of duiken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: duiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: duikend
Past participle - Verleden deelwoord: gedoken

Cognates

See the 6 cognates of duiken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikduik
jijduikt
hijduikt
wijduiken
jullieduiken
zijduiken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedoken
jijhebt gedoken
hijheeft gedoken
wijhebben gedoken
julliehebben gedoken
zijhebben gedoken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdook
jijdook
hijdook
wijdoken
julliedoken
zijdoken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedoken
jijhad gedoken
hijhad gedoken
wijhadden gedoken
julliehadden gedoken
zijhadden gedoken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal duiken
jijzult duiken
hijzal duiken
wijzullen duiken
julliezullen duiken
zijzullen duiken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedoken hebben
jijzult gedoken hebben
hijzal gedoken hebben
wijzullen gedoken hebben
julliezullen gedoken hebben
zijzullen gedoken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou duiken
jijzou duiken
hijzou duiken
wijzouden duiken
julliezouden duiken
zijzouden duiken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedoken hebben
jijzou gedoken hebben
hijzou gedoken hebben
wijzouden gedoken hebben
julliezouden gedoken hebben
zijzouden gedoken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijduik

Translations

  • dive, to swim under water
  • dive, to jump into water
  • dive, undertake enthusiastically
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] want ik had zoo spoedig mogelijk mijn geweer geladen, en zeide Xury, dat hij de beide anderen zou laden. Zoodra hij binnen schot kwam, gaf ik vuur en trof hem vlak in den kop. Oogenblikkelijk dook hij, doch kwam spoedig weder boven, hetgeen hij verscheidene malen herhaalde, naar het scheen met den dood worstelende. Hij trachtte het strand te bereiken, maar vóór dien tijd was hij reeds dood. (Robinson Crusoe)
    • [...] had mij van veel nut te zullen zijn. Toen het echter laag water was, bragt ik nog verscheidene stukken touw aan wal, en eenig ijzerwerk, schoon met ontzettend veel moeite, want ik moest er naar duiken, hetgeen voor mij een allerafmattendst werk was. Ik ging daarop ieder dag naar boord, en bragt mede wat ik kon. (Robinson Crusoe)
    • [...] zag ik verscheidene zeevogels, die ik niet kende, maar ik was verrast en bijkans verschrikt door het zien van twee robben, die, terwijl ik er op staarde, en alvorens ik zag wat dit waren, in zee doken en mij voor dat oogenblik ontsnapten. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch duken, from Old Dutch *dūcan, from Proto-West Germanic *dūkan, from Proto-Germanic *dūkaną. Cognate with English (to) duck. See: Middle Dutch 'duken', Proto-Germanic '*dūkaną', English 'duck'.

    Verbs referencing "duiken"

    English duck, German, old spelling tauchen, Luxembourgish dauchen, Sranan dukrun.

    Additional Information