derailleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of derailleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: derailleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deraillerend
Past participle - Verleden deelwoord: gederailleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikderailleer
jijderailleert
hijderailleert
wijderailleren
julliederailleren
zijderailleren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gederailleerd
jijhebt gederailleerd
hijheeft gederailleerd
wijhebben gederailleerd
julliehebben gederailleerd
zijhebben gederailleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikderailleerde
jijderailleerde
hijderailleerde
wijderailleerden
julliederailleerden
zijderailleerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gederailleerd
jijhad gederailleerd
hijhad gederailleerd
wijhadden gederailleerd
julliehadden gederailleerd
zijhadden gederailleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal derailleren
jijzult derailleren
hijzal derailleren
wijzullen derailleren
julliezullen derailleren
zijzullen derailleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gederailleerd hebben
jijzult gederailleerd hebben
hijzal gederailleerd hebben
wijzullen gederailleerd hebben
julliezullen gederailleerd hebben
zijzullen gederailleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou derailleren
jijzou derailleren
hijzou derailleren
wijzouden derailleren
julliezouden derailleren
zijzouden derailleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gederailleerd hebben
jijzou gederailleerd hebben
hijzou gederailleerd hebben
wijzouden gederailleerd hebben
julliezouden gederailleerd hebben
zijzouden gederailleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijderailleer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information