concentreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of concentreren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: concentreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: concentrerend
Past participle - Verleden deelwoord: geconcentreerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconcentreer
jijconcentreert
hijconcentreert
wijconcentreren
jullieconcentreren
zijconcentreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconcentreerd
jijhebt geconcentreerd
hijheeft geconcentreerd
wijhebben geconcentreerd
julliehebben geconcentreerd
zijhebben geconcentreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconcentreerde
jijconcentreerde
hijconcentreerde
wijconcentreerden
jullieconcentreerden
zijconcentreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconcentreerd
jijhad geconcentreerd
hijhad geconcentreerd
wijhadden geconcentreerd
julliehadden geconcentreerd
zijhadden geconcentreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal concentreren
jijzult concentreren
hijzal concentreren
wijzullen concentreren
julliezullen concentreren
zijzullen concentreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconcentreerd hebben
jijzult geconcentreerd hebben
hijzal geconcentreerd hebben
wijzullen geconcentreerd hebben
julliezullen geconcentreerd hebben
zijzullen geconcentreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou concentreren
jijzou concentreren
hijzou concentreren
wijzouden concentreren
julliezouden concentreren
zijzouden concentreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconcentreerd hebben
jijzou geconcentreerd hebben
hijzou geconcentreerd hebben
wijzouden geconcentreerd hebben
julliezouden geconcentreerd hebben
zijzouden geconcentreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconcentreer

Translations

  • center, concentrate on
  • concentrate, bring to, or direct toward, a common center
  • concentrate, increase the strength and diminish the bulk of, as of a liquid or an ore
  • concentrate, approach or meet in a common center
  • concentrate, focus one's thought or attention
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bijeenkomen
    samenbundelen, verenigen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French concentrer. See: French 'concentrer'.

    Additional Information