commenteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of commenteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: commenteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: commenterend
Past participle - Verleden deelwoord: gecommenteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcommenteer
jijcommenteert
hijcommenteert
wijcommenteren
julliecommenteren
zijcommenteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecommenteerd
jijhebt gecommenteerd
hijheeft gecommenteerd
wijhebben gecommenteerd
julliehebben gecommenteerd
zijhebben gecommenteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcommenteerde
jijcommenteerde
hijcommenteerde
wijcommenteerden
julliecommenteerden
zijcommenteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecommenteerd
jijhad gecommenteerd
hijhad gecommenteerd
wijhadden gecommenteerd
julliehadden gecommenteerd
zijhadden gecommenteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal commenteren
jijzult commenteren
hijzal commenteren
wijzullen commenteren
julliezullen commenteren
zijzullen commenteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecommenteerd hebben
jijzult gecommenteerd hebben
hijzal gecommenteerd hebben
wijzullen gecommenteerd hebben
julliezullen gecommenteerd hebben
zijzullen gecommenteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou commenteren
jijzou commenteren
hijzou commenteren
wijzouden commenteren
julliezouden commenteren
zijzouden commenteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecommenteerd hebben
jijzou gecommenteerd hebben
hijzou gecommenteerd hebben
wijzouden gecommenteerd hebben
julliezouden gecommenteerd hebben
zijzouden gecommenteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcommenteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information