bijeenrapen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bijeenrapen

The word "bijeenrapen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bijeenrapen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bijeenrapend
Past participle - Verleden deelwoord: bijeengeraapt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikraap bijeen
jijraapt bijeen
hijraapt bijeen
wijrapen bijeen
jullierapen bijeen
zijrapen bijeen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bijeengeraapt
jijhebt bijeengeraapt
hijheeft bijeengeraapt
wijhebben bijeengeraapt
julliehebben bijeengeraapt
zijhebben bijeengeraapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraapte bijeen
jijraapte bijeen
hijraapte bijeen
wijraapten bijeen
jullieraapten bijeen
zijraapten bijeen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bijeengeraapt
jijhad bijeengeraapt
hijhad bijeengeraapt
wijhadden bijeengeraapt
julliehadden bijeengeraapt
zijhadden bijeengeraapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bijeenrapen
jijzult bijeenrapen
hijzal bijeenrapen
wijzullen bijeenrapen
julliezullen bijeenrapen
zijzullen bijeenrapen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bijeengeraapt hebben
jijzult bijeengeraapt hebben
hijzal bijeengeraapt hebben
wijzullen bijeengeraapt hebben
julliezullen bijeengeraapt hebben
zijzullen bijeengeraapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bijeenrapen
jijzou bijeenrapen
hijzou bijeenrapen
wijzouden bijeenrapen
julliezouden bijeenrapen
zijzouden bijeenrapen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bijeengeraapt hebben
jijzou bijeengeraapt hebben
hijzou bijeengeraapt hebben
wijzouden bijeengeraapt hebben
julliezouden bijeengeraapt hebben
zijzouden bijeengeraapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijraap bijeen

Verbs conjugated like 'bijeenrapen'

aanbleken, aanhaken, aankweken, aanmaken, aanpreken, aanraken, aansmeken, aanstoken, afhaken, afkraken, afmaken, afpreken, bekendmaken, bewaken, dichtmaken, dopen, gapen, geraken, inmaken, inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'bijeenrapen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information