beseffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beseffen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beseffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beseffend
Past participle - Verleden deelwoord: beseft

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbesef
jijbeseft
hijbeseft
wijbeseffen
julliebeseffen
zijbeseffen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beseft
jijhebt beseft
hijheeft beseft
wijhebben beseft
julliehebben beseft
zijhebben beseft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbesefte
jijbesefte
hijbesefte
wijbeseften
julliebeseften
zijbeseften

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beseft
jijhad beseft
hijhad beseft
wijhadden beseft
julliehadden beseft
zijhadden beseft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beseffen
jijzult beseffen
hijzal beseffen
wijzullen beseffen
julliezullen beseffen
zijzullen beseffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beseft hebben
jijzult beseft hebben
hijzal beseft hebben
wijzullen beseft hebben
julliezullen beseft hebben
zijzullen beseft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beseffen
jijzou beseffen
hijzou beseffen
wijzouden beseffen
julliezouden beseffen
zijzouden beseffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beseft hebben
jijzou beseft hebben
hijzou beseft hebben
wijzouden beseft hebben
julliezouden beseft hebben
zijzouden beseft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbesef

Translations

  • appreciate, to be aware of
  • notice, to become aware of
  • perceive, to become aware of
  • realize, to become aware of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    begrijpen
    inzien, onderkennen, vatten

    Sample Sentences

    • [...] jagt op kon doen maken. 2 Januarij. Ik ging derhalve den volgenden dag met mijn hond uit, en hitste hem op de geiten aan; maar ik had mij misrekend, want zij hielden stand tegen den hond, en deze besefte zijn gevaar, want hij durfde haar niet naderen. (Robinson Crusoe)
    • [...] hoog en droog lag. Zoo ik volk bij mij gehad had, om deze boot te herstellen en te water te brengen, had dit wel kunnen geschieden, en ik er mede naar Brazilië teruggekeerd zijn; maar ik kon ligt beseffen, dat ik haar evenmin kon opheffen en omkeeren als het eiland zelf. Ik ging echter naar het bosch, en kapte hefboomen en rollen, en bragt die naar de boot, om te zien wat ik er mede zou kunnen doen, [...] (Robinson Crusoe)
    • Deze gedachten deden mij de goedheid der Voorzienigheid jegens mij beseffen, en mij dankbaar zijn voor mijn tegenwoordigen toestand, met al zijne gevaren en ongemakken; en ik moet dus ook dit ernstig ter overweging aanbevelen aan hen, die in hunne ellende zeggen: " Is er [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch beseffen, from Old Dutch *biseffen, from bi- + *seffen. The latter part is from Proto-Germanic *sabjaną. See: Proto-Germanic '*sabjaną'.

    Verbs referencing "beseffen"

    Afrikaans besef.

    Additional Information