begronden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of begronden

The word "begronden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: begronden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: begrondend
Past participle - Verleden deelwoord: begrond

Cognates

See the 3 cognates of begronden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbegrond
jijbegrondt
hijbegrondt
wijbegronden
julliebegronden
zijbegronden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb begrond
jijhebt begrond
hijheeft begrond
wijhebben begrond
julliehebben begrond
zijhebben begrond

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbegrondde
jijbegrondde
hijbegrondde
wijbegrondden
julliebegrondden
zijbegrondden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad begrond
jijhad begrond
hijhad begrond
wijhadden begrond
julliehadden begrond
zijhadden begrond

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal begronden
jijzult begronden
hijzal begronden
wijzullen begronden
julliezullen begronden
zijzullen begronden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal begrond hebben
jijzult begrond hebben
hijzal begrond hebben
wijzullen begrond hebben
julliezullen begrond hebben
zijzullen begrond hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou begronden
jijzou begronden
hijzou begronden
wijzouden begronden
julliezouden begronden
zijzouden begronden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou begrond hebben
jijzou begrond hebben
hijzou begrond hebben
wijzouden begrond hebben
julliezouden begrond hebben
zijzouden begrond hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbegrond

Verbs similar to 'begronden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "begronden"

Swedish begrunda.

Additional Information