assimileren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of assimileren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: assimileren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: assimilerend
Past participle - Verleden deelwoord: geassimileerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikassimileer
jijassimileert
hijassimileert
wijassimileren
jullieassimileren
zijassimileren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geassimileerd
jijhebt geassimileerd
hijheeft geassimileerd
wijhebben geassimileerd
julliehebben geassimileerd
zijhebben geassimileerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikassimileerde
jijassimileerde
hijassimileerde
wijassimileerden
jullieassimileerden
zijassimileerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geassimileerd
jijhad geassimileerd
hijhad geassimileerd
wijhadden geassimileerd
julliehadden geassimileerd
zijhadden geassimileerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal assimileren
jijzult assimileren
hijzal assimileren
wijzullen assimileren
julliezullen assimileren
zijzullen assimileren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geassimileerd hebben
jijzult geassimileerd hebben
hijzal geassimileerd hebben
wijzullen geassimileerd hebben
julliezullen geassimileerd hebben
zijzullen geassimileerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou assimileren
jijzou assimileren
hijzou assimileren
wijzouden assimileren
julliezouden assimileren
zijzouden assimileren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geassimileerd hebben
jijzou geassimileerd hebben
hijzou geassimileerd hebben
wijzouden geassimileerd hebben
julliezouden geassimileerd hebben
zijzouden geassimileerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijassimileer

Translations

  • assimilate, to absorb a group of people into a community
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanpassen
    adapteren, afstemmen, bijwerken, veranderen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Latin assimilō, possibly via French assimiler. See: Latin 'assimilō', French 'assimiler'.

    Additional Information