accumuleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of accumuleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: accumuleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: accumulerend
Past participle - Verleden deelwoord: geaccumuleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikaccumuleer
jijaccumuleert
hijaccumuleert
wijaccumuleren
jullieaccumuleren
zijaccumuleren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geaccumuleerd
jijhebt geaccumuleerd
hijheeft geaccumuleerd
wijhebben geaccumuleerd
julliehebben geaccumuleerd
zijhebben geaccumuleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikaccumuleerde
jijaccumuleerde
hijaccumuleerde
wijaccumuleerden
jullieaccumuleerden
zijaccumuleerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geaccumuleerd
jijhad geaccumuleerd
hijhad geaccumuleerd
wijhadden geaccumuleerd
julliehadden geaccumuleerd
zijhadden geaccumuleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal accumuleren
jijzult accumuleren
hijzal accumuleren
wijzullen accumuleren
julliezullen accumuleren
zijzullen accumuleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geaccumuleerd hebben
jijzult geaccumuleerd hebben
hijzal geaccumuleerd hebben
wijzullen geaccumuleerd hebben
julliezullen geaccumuleerd hebben
zijzullen geaccumuleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou accumuleren
jijzou accumuleren
hijzou accumuleren
wijzouden accumuleren
julliezouden accumuleren
zijzouden accumuleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geaccumuleerd hebben
jijzou geaccumuleerd hebben
hijzou geaccumuleerd hebben
wijzouden geaccumuleerd hebben
julliezouden geaccumuleerd hebben
zijzouden geaccumuleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijaccumuleer

Translations

  • accrue, to accumulate
  • accrue, to be incurred as a result of the passage of time
  • accumulate, to accumulate
  • accumulate, to pile up
  • accumulate, to grow in number
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    opeenhopen
    opeenstapelen, opstapelen, verzamelen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French accumuler, from Latin accumulāre. See: French 'accumuler', Latin 'accumulo'.

    Additional Information