vlechten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vlechten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vlechten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vlechtend
Past participle - Verleden deelwoord: gevlecht

Cognates

See the 6 cognates of vlechten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvlecht
jijvlecht
hijvlecht
wijvlechten
jullievlechten
zijvlechten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevlecht
jijhebt gevlecht
hijheeft gevlecht
wijhebben gevlecht
julliehebben gevlecht
zijhebben gevlecht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvlechtte
jijvlechtte
hijvlechtte
wijvlechtten
jullievlechtten
zijvlechtten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevlecht
jijhad gevlecht
hijhad gevlecht
wijhadden gevlecht
julliehadden gevlecht
zijhadden gevlecht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vlechten
jijzult vlechten
hijzal vlechten
wijzullen vlechten
julliezullen vlechten
zijzullen vlechten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevlecht hebben
jijzult gevlecht hebben
hijzal gevlecht hebben
wijzullen gevlecht hebben
julliezullen gevlecht hebben
zijzullen gevlecht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vlechten
jijzou vlechten
hijzou vlechten
wijzouden vlechten
julliezouden vlechten
zijzouden vlechten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevlecht hebben
jijzou gevlecht hebben
hijzou gevlecht hebben
wijzouden gevlecht hebben
julliezouden gevlecht hebben
zijzouden gevlecht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvlecht

Translations

  • braid, to intertwine
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] en gepast werk; want ik had dan de beste gelegenheid mij dingen aan te schaffen, die niet dan door handenarbeid en aanhoudende vlijt konden gelukken; ik beproefde bij voorbeeld dikwijls eene mand te vlechten; maar al de takken, die ik hiertoe vinden kon, waren zoo broos, dat zij mij niet dienen konden. Thans was het mij een groot voordeel, dat ik als een jongen dikwijls bij een mandemaker, die digt bij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] Deze zette ik binnen mijne heining overeind om te droogen, en bragt ze toen ze goed waren in mijn kelder. In de eerstvolgende regenmaanden hield ik mij nu bezig met een groote menigte manden te vlechten, om aarde in weg te dragen, of om het een en ander in te bewaren; en hoewel ik ze niet zeer fraai maakte, waren zij mij echter bij uitstek van dienst, en ik zorgde dus er altijd van voorzien te [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen de zon deze twee echter zeer goed droog en hard had gemaakt, tilde ik ze voorzigtig op, en plaatste ze in twee groote manden, die ik daarvoor gevlochten had, ten einde zij niet zouden breken, en daar zij niet juist er inpasten, vulde ik de tusschenruimten aan met het stroo van mijne rijst en graan. Deze twee potten, die altoos droog stonden, begreep [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] gereed waren hadden wij hiermede ons ruim kunnen provianderen voor eene reis naar iedere plaats, dat is te zeggen van Amerika. Toen wij aldus ons koorn te huis gehaald hadden, gingen wij aan het vlechten van groote manden om het in te bewaren, waarin de Spanjaard vooral zeer handig was, die mij dikwijls laakte, dat ik hiervan geene verdedigingsmiddelen maakte, maar ik zag er de noodzakelijkheid niet [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vlechten, from Old Dutch *flehtan, from Proto-Germanic *flehtaną. See: Middle Dutch 'vlechten', Proto-Germanic '*flehtaną'.

    Verbs referencing "vlechten"

    Luxembourgish flechten.

    Additional Information