Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: vlechten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vlechtend
Past participle - Verleden deelwoord: gevlecht
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | vlecht |
| jij | vlecht |
| hij | vlecht |
| wij | vlechten |
| jullie | vlechten |
| zij | vlechten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gevlecht |
| jij | hebt gevlecht |
| hij | heeft gevlecht |
| wij | hebben gevlecht |
| jullie | hebben gevlecht |
| zij | hebben gevlecht |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | vlechtte |
| jij | vlechtte |
| hij | vlechtte |
| wij | vlechtten |
| jullie | vlechtten |
| zij | vlechtten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gevlecht |
| jij | had gevlecht |
| hij | had gevlecht |
| wij | hadden gevlecht |
| jullie | hadden gevlecht |
| zij | hadden gevlecht |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal vlechten |
| jij | zult vlechten |
| hij | zal vlechten |
| wij | zullen vlechten |
| jullie | zullen vlechten |
| zij | zullen vlechten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gevlecht hebben |
| jij | zult gevlecht hebben |
| hij | zal gevlecht hebben |
| wij | zullen gevlecht hebben |
| jullie | zullen gevlecht hebben |
| zij | zullen gevlecht hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou vlechten |
| jij | zou vlechten |
| hij | zou vlechten |
| wij | zouden vlechten |
| jullie | zouden vlechten |
| zij | zouden vlechten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gevlecht hebben |
| jij | zou gevlecht hebben |
| hij | zou gevlecht hebben |
| wij | zouden gevlecht hebben |
| jullie | zouden gevlecht hebben |
| zij | zouden gevlecht hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'vlechten'
aankorsten,
aanristen,
aanroesten,
aantasten,
achten,
afkwasten,
afmesten,
afristen,
aftasten,
afwachten,
begroeten,
belasten,
bemesten,
berichten,
berusten,
betasten,
betwisten,
boeten,
feesten,
fusten, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'vlechten'
vechten,
vluchten,
hechten,
lichten,
luchten,
slachten,
achten,
inlichten,
lachen,
letten,
Translations
braid, to intertwine
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] en gepast werk; want ik had dan de beste gelegenheid mij dingen aan te schaffen, die niet dan door handenarbeid en aanhoudende vlijt konden gelukken; ik beproefde bij voorbeeld dikwijls eene mand te vlechten; maar al de takken, die ik hiertoe vinden kon, waren zoo broos, dat zij mij niet dienen konden. Thans was het mij een groot voordeel, dat ik als een jongen dikwijls bij een mandemaker, die digt bij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] Deze zette ik binnen mijne heining overeind om te droogen, en bragt ze toen ze goed waren in mijn kelder. In de eerstvolgende regenmaanden hield ik mij nu bezig met een groote menigte manden te vlechten, om aarde in weg te dragen, of om het een en ander in te bewaren; en hoewel ik ze niet zeer fraai maakte, waren zij mij echter bij uitstek van dienst, en ik zorgde dus er altijd van voorzien te [...]
(Robinson Crusoe)
-
Toen de zon deze twee echter zeer goed droog en hard had gemaakt, tilde ik ze voorzigtig op, en plaatste ze in twee groote manden, die ik daarvoor gevlochten had, ten einde zij niet zouden breken, en daar zij niet juist er inpasten, vulde ik de tusschenruimten aan met het stroo van mijne rijst en graan. Deze twee potten, die altoos droog stonden, begreep [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] gereed waren hadden wij hiermede ons ruim kunnen provianderen voor eene reis naar iedere plaats, dat is te zeggen van Amerika. Toen wij aldus ons koorn te huis gehaald hadden, gingen wij aan het vlechten van groote manden om het in te bewaren, waarin de Spanjaard vooral zeer handig was, die mij dikwijls laakte, dat ik hiervan geene verdedigingsmiddelen maakte, maar ik zag er de noodzakelijkheid niet [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch vlechten, from Old Dutch *flehtan, from Proto-Germanic *flehtaną. See: Middle Dutch '
vlechten', Proto-Germanic '
*flehtaną'.
Verbs referencing "vlechten"
Luxembourgish
flechten.
Additional Information