verzwakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verzwakken

The word "verzwakken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verzwakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzwakkend
Past participle - Verleden deelwoord: verzwakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverzwak
jijverzwakt
hijverzwakt
wijverzwakken
jullieverzwakken
zijverzwakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verzwakt
jijhebt verzwakt
hijheeft verzwakt
wijhebben verzwakt
julliehebben verzwakt
zijhebben verzwakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverzwakte
jijverzwakte
hijverzwakte
wijverzwakten
jullieverzwakten
zijverzwakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verzwakt
jijhad verzwakt
hijhad verzwakt
wijhadden verzwakt
julliehadden verzwakt
zijhadden verzwakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verzwakken
jijzult verzwakken
hijzal verzwakken
wijzullen verzwakken
julliezullen verzwakken
zijzullen verzwakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verzwakt hebben
jijzult verzwakt hebben
hijzal verzwakt hebben
wijzullen verzwakt hebben
julliezullen verzwakt hebben
zijzullen verzwakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verzwakken
jijzou verzwakken
hijzou verzwakken
wijzouden verzwakken
julliezouden verzwakken
zijzouden verzwakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verzwakt hebben
jijzou verzwakt hebben
hijzou verzwakt hebben
wijzouden verzwakt hebben
julliezouden verzwakt hebben
zijzouden verzwakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverzwak

Verbs similar to 'verzwakken'

Translations

  • decline, become weaker or worse
  • sap, make unstable; weaken
  • flag, weaken
  • dilute, to weaken
  • waste, to weaken
  • fade, to grow weak, lose strength
  • eviscerate, to make ineffectual or meaningless
  • enervate, to reduce strength or energy; debilitate
  • debilitate, to make feeble; to weaken
  • impair, have a diminishing effect on
  • weaken, to make weaker
  • weaken, to become weaker
  • attenuate, To weaken
  • languish, to lose strength and become weak
  • impoverish, to deprive of some strength or richness
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From zwak + ver- -en, or ver- + zwakken.

    Additional Information