uitstappen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitstappen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitstappen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitstappend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgestapt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstap uit
jijstapt uit
hijstapt uit
wijstappen uit
julliestappen uit
zijstappen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben uitgestapt
jijbent uitgestapt
hijis uitgestapt
wijzijn uitgestapt
julliezijn uitgestapt
zijzijn uitgestapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstapte uit
jijstapte uit
hijstapte uit
wijstapten uit
julliestapten uit
zijstapten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas uitgestapt
jijwas uitgestapt
hijwas uitgestapt
wijwaren uitgestapt
julliewaren uitgestapt
zijwaren uitgestapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitstappen
jijzult uitstappen
hijzal uitstappen
wijzullen uitstappen
julliezullen uitstappen
zijzullen uitstappen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgestapt zijn
jijzult uitgestapt zijn
hijzal uitgestapt zijn
wijzullen uitgestapt zijn
julliezullen uitgestapt zijn
zijzullen uitgestapt zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitstappen
jijzou uitstappen
hijzou uitstappen
wijzouden uitstappen
julliezouden uitstappen
zijzouden uitstappen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgestapt zijn
jijzou uitgestapt zijn
hijzou uitgestapt zijn
wijzouden uitgestapt zijn
julliezouden uitgestapt zijn
zijzouden uitgestapt zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijstap uit

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Deze denkbeelden maakten mij zoo neêrslagtig, dat ik mijne onderneming begon op te geven, en na mijne boot in eene kleine kreek aan het strand gebragt te hebben, er uitstapte, en op eene kleine hoogte zitten ging, zeer bedrukt en bezorgd, weifelend tusschen vrees en verlangen om de reis te doen. Terwijl ik zoo zat, bemerkte ik, dat het getij kenterde en de vloed [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From uit + stappen (“to step, to walk”).

Additional Information