stabiliseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stabiliseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stabiliseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stabiliserend
Past participle - Verleden deelwoord: gestabiliseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstabiliseer
jijstabiliseert
hijstabiliseert
wijstabiliseren
julliestabiliseren
zijstabiliseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestabiliseerd
jijhebt gestabiliseerd
hijheeft gestabiliseerd
wijhebben gestabiliseerd
julliehebben gestabiliseerd
zijhebben gestabiliseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstabiliseerde
jijstabiliseerde
hijstabiliseerde
wijstabiliseerden
julliestabiliseerden
zijstabiliseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestabiliseerd
jijhad gestabiliseerd
hijhad gestabiliseerd
wijhadden gestabiliseerd
julliehadden gestabiliseerd
zijhadden gestabiliseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stabiliseren
jijzult stabiliseren
hijzal stabiliseren
wijzullen stabiliseren
julliezullen stabiliseren
zijzullen stabiliseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestabiliseerd hebben
jijzult gestabiliseerd hebben
hijzal gestabiliseerd hebben
wijzullen gestabiliseerd hebben
julliezullen gestabiliseerd hebben
zijzullen gestabiliseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stabiliseren
jijzou stabiliseren
hijzou stabiliseren
wijzouden stabiliseren
julliezouden stabiliseren
zijzouden stabiliseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestabiliseerd hebben
jijzou gestabiliseerd hebben
hijzou gestabiliseerd hebben
wijzouden gestabiliseerd hebben
julliezouden gestabiliseerd hebben
zijzouden gestabiliseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstabiliseer

Translations

  • plateau, level off
  • steady, to stabilize
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French stabiliser. Equivalent to stabiel + -iseren. See: French 'stabiliser'.

    Additional Information