solderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of solderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: solderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: solderend
Past participle - Verleden deelwoord: gesoldeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksoldeer
jijsoldeert
hijsoldeert
wijsolderen
julliesolderen
zijsolderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesoldeerd
jijhebt gesoldeerd
hijheeft gesoldeerd
wijhebben gesoldeerd
julliehebben gesoldeerd
zijhebben gesoldeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksoldeerde
jijsoldeerde
hijsoldeerde
wijsoldeerden
julliesoldeerden
zijsoldeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesoldeerd
jijhad gesoldeerd
hijhad gesoldeerd
wijhadden gesoldeerd
julliehadden gesoldeerd
zijhadden gesoldeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal solderen
jijzult solderen
hijzal solderen
wijzullen solderen
julliezullen solderen
zijzullen solderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesoldeerd hebben
jijzult gesoldeerd hebben
hijzal gesoldeerd hebben
wijzullen gesoldeerd hebben
julliezullen gesoldeerd hebben
zijzullen gesoldeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou solderen
jijzou solderen
hijzou solderen
wijzouden solderen
julliezouden solderen
zijzouden solderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesoldeerd hebben
jijzou gesoldeerd hebben
hijzou gesoldeerd hebben
wijzouden gesoldeerd hebben
julliezouden gesoldeerd hebben
zijzouden gesoldeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsoldeer

Translations

  • solder, to join with solder
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch souderen, from Old French souder, from Latin solidō. The form solderen was originally Eastern Dutch and began to replace the form souderen starting in the late seventeenth century, which had apparently come to be regarded as substandard; this obsolete form existed until the early nineteenth century. See: Latin 'solidō'.

    Additional Information