sneuvelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of sneuvelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: sneuvelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sneuvelend
Past participle - Verleden deelwoord: gesneuveld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksneuvel
jijsneuvelt
hijsneuvelt
wijsneuvelen
julliesneuvelen
zijsneuvelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesneuveld
jijhebt gesneuveld
hijheeft gesneuveld
wijhebben gesneuveld
julliehebben gesneuveld
zijhebben gesneuveld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksneuvelde
jijsneuvelde
hijsneuvelde
wijsneuvelden
julliesneuvelden
zijsneuvelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesneuveld
jijhad gesneuveld
hijhad gesneuveld
wijhadden gesneuveld
julliehadden gesneuveld
zijhadden gesneuveld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal sneuvelen
jijzult sneuvelen
hijzal sneuvelen
wijzullen sneuvelen
julliezullen sneuvelen
zijzullen sneuvelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesneuveld hebben
jijzult gesneuveld hebben
hijzal gesneuveld hebben
wijzullen gesneuveld hebben
julliezullen gesneuveld hebben
zijzullen gesneuveld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou sneuvelen
jijzou sneuvelen
hijzou sneuvelen
wijzouden sneuvelen
julliezouden sneuvelen
zijzouden sneuvelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesneuveld hebben
jijzou gesneuveld hebben
hijzou gesneuveld hebben
wijzouden gesneuveld hebben
julliezouden gesneuveld hebben
zijzouden gesneuveld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsneuvel

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

omkomen
sneven, vallen
kapotgaan
stuklopen

Sample Sentences

  • Ik had twee broeders, die ouder waren dan ik; de oudste diende als luitenant-kolonel bij een regement voetvolk in Vlaanderen, toen hij in den slag tegen de Spanjaarden bij Duinkerken sneuvelde. Ik heb nimmer vernomen wat er van mijn tweeden broeder geworden is, even als mijne ouders nimmer wisten waar ik gebleven was. (Robinson Crusoe)
  • [...] van zijne rede, die inderdaad door de uitkomst volkomen bevestigd werd, schoon mijn vader dit zelf niet vermoeden kon, zag ik dat de tranen hem over het gelaat stroomden, vooral toen hij van mijn gesneuvelden broeder sprak; en toen hij van mijn berouw in later tijd gewaagde, en dat mij alsdan niemand zou te hulp komen, was hij zoo aangedaan, dat hij het gesprek afbrak, en mij verklaarde, dat zijn hart te [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] zij vooral woedend werden door onze paarden achter ons te zien. Ik gelastte, dat men om den anderen man weder zou vuren, en ieder mikte zoo goed, dat bij de eerste losbranding verscheidene wolven sneuvelden, maar wij moesten aanhoudend doorvuren, want de achtersten dreven de voorsten aanhoudend als ware duivels vooruit. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch snevelen. By surface analysis, sneven + -elen.

Additional Information