ritselen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ritselen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ritselen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ritselend
Past participle - Verleden deelwoord: geritseld

Cognates

See the 2 cognates of ritselen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikritsel
jijritselt
hijritselt
wijritselen
jullieritselen
zijritselen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geritseld
jijhebt geritseld
hijheeft geritseld
wijhebben geritseld
julliehebben geritseld
zijhebben geritseld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikritselde
jijritselde
hijritselde
wijritselden
jullieritselden
zijritselden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geritseld
jijhad geritseld
hijhad geritseld
wijhadden geritseld
julliehadden geritseld
zijhadden geritseld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ritselen
jijzult ritselen
hijzal ritselen
wijzullen ritselen
julliezullen ritselen
zijzullen ritselen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geritseld hebben
jijzult geritseld hebben
hijzal geritseld hebben
wijzullen geritseld hebben
julliezullen geritseld hebben
zijzullen geritseld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ritselen
jijzou ritselen
hijzou ritselen
wijzouden ritselen
julliezouden ritselen
zijzouden ritselen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geritseld hebben
jijzou geritseld hebben
hijzou geritseld hebben
wijzouden geritseld hebben
julliezouden geritseld hebben
zijzouden geritseld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijritsel

Translations

  • finagle, (transitive) to obtain or achieve by indirect and usually deceitful methods
  • finagle, (transitive, intransitive) to cheat or swindle; to use crafty, deceitful methods (often with "out of")
  • rustle, to move (something) with a soft crackling sound
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "ritselen"

    English rustle, German, old spelling rascheln.

    Additional Information