rescontreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rescontreren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rescontreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rescontrerend
Past participle - Verleden deelwoord: gerescontreerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrescontreer
jijrescontreert
hijrescontreert
wijrescontreren
jullierescontreren
zijrescontreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerescontreerd
jijhebt gerescontreerd
hijheeft gerescontreerd
wijhebben gerescontreerd
julliehebben gerescontreerd
zijhebben gerescontreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrescontreerde
jijrescontreerde
hijrescontreerde
wijrescontreerden
jullierescontreerden
zijrescontreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerescontreerd
jijhad gerescontreerd
hijhad gerescontreerd
wijhadden gerescontreerd
julliehadden gerescontreerd
zijhadden gerescontreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rescontreren
jijzult rescontreren
hijzal rescontreren
wijzullen rescontreren
julliezullen rescontreren
zijzullen rescontreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerescontreerd hebben
jijzult gerescontreerd hebben
hijzal gerescontreerd hebben
wijzullen gerescontreerd hebben
julliezullen gerescontreerd hebben
zijzullen gerescontreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rescontreren
jijzou rescontreren
hijzou rescontreren
wijzouden rescontreren
julliezouden rescontreren
zijzouden rescontreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerescontreerd hebben
jijzou gerescontreerd hebben
hijzou gerescontreerd hebben
wijzouden gerescontreerd hebben
julliezouden gerescontreerd hebben
zijzouden gerescontreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrescontreer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information