deconstrueren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deconstrueren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deconstrueren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deconstruerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedeconstrueerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdeconstrueer
jijdeconstrueert
hijdeconstrueert
wijdeconstrueren
julliedeconstrueren
zijdeconstrueren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedeconstrueerd
jijhebt gedeconstrueerd
hijheeft gedeconstrueerd
wijhebben gedeconstrueerd
julliehebben gedeconstrueerd
zijhebben gedeconstrueerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeconstrueerde
jijdeconstrueerde
hijdeconstrueerde
wijdeconstrueerden
julliedeconstrueerden
zijdeconstrueerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedeconstrueerd
jijhad gedeconstrueerd
hijhad gedeconstrueerd
wijhadden gedeconstrueerd
julliehadden gedeconstrueerd
zijhadden gedeconstrueerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deconstrueren
jijzult deconstrueren
hijzal deconstrueren
wijzullen deconstrueren
julliezullen deconstrueren
zijzullen deconstrueren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedeconstrueerd hebben
jijzult gedeconstrueerd hebben
hijzal gedeconstrueerd hebben
wijzullen gedeconstrueerd hebben
julliezullen gedeconstrueerd hebben
zijzullen gedeconstrueerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deconstrueren
jijzou deconstrueren
hijzou deconstrueren
wijzouden deconstrueren
julliezouden deconstrueren
zijzouden deconstrueren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedeconstrueerd hebben
jijzou gedeconstrueerd hebben
hijzou gedeconstrueerd hebben
wijzouden gedeconstrueerd hebben
julliezouden gedeconstrueerd hebben
zijzouden gedeconstrueerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdeconstrueer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information