representeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of representeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: representeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: representerend
Past participle - Verleden deelwoord: gerepresenteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrepresenteer
jijrepresenteert
hijrepresenteert
wijrepresenteren
jullierepresenteren
zijrepresenteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerepresenteerd
jijhebt gerepresenteerd
hijheeft gerepresenteerd
wijhebben gerepresenteerd
julliehebben gerepresenteerd
zijhebben gerepresenteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrepresenteerde
jijrepresenteerde
hijrepresenteerde
wijrepresenteerden
jullierepresenteerden
zijrepresenteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerepresenteerd
jijhad gerepresenteerd
hijhad gerepresenteerd
wijhadden gerepresenteerd
julliehadden gerepresenteerd
zijhadden gerepresenteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal representeren
jijzult representeren
hijzal representeren
wijzullen representeren
julliezullen representeren
zijzullen representeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerepresenteerd hebben
jijzult gerepresenteerd hebben
hijzal gerepresenteerd hebben
wijzullen gerepresenteerd hebben
julliezullen gerepresenteerd hebben
zijzullen gerepresenteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou representeren
jijzou representeren
hijzou representeren
wijzouden representeren
julliezouden representeren
zijzouden representeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerepresenteerd hebben
jijzou gerepresenteerd hebben
hijzou gerepresenteerd hebben
wijzouden gerepresenteerd hebben
julliezouden gerepresenteerd hebben
zijzouden gerepresenteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrepresenteer

Translations

  • represent, to stand in the place of, act on behalf of
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch representeren, from Old French representer. By surface analysis, re- + presenteren

    Additional Information