overstrekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overstrekken

The word "overstrekken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overstrekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overstrekkend
Past participle - Verleden deelwoord: overgestrekt

Cognates

See the 2 cognates of overstrekken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstrek over
jijstrekt over
hijstrekt over
wijstrekken over
julliestrekken over
zijstrekken over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgestrekt
jijhebt overgestrekt
hijheeft overgestrekt
wijhebben overgestrekt
julliehebben overgestrekt
zijhebben overgestrekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstrekte over
jijstrekte over
hijstrekte over
wijstrekten over
julliestrekten over
zijstrekten over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgestrekt
jijhad overgestrekt
hijhad overgestrekt
wijhadden overgestrekt
julliehadden overgestrekt
zijhadden overgestrekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overstrekken
jijzult overstrekken
hijzal overstrekken
wijzullen overstrekken
julliezullen overstrekken
zijzullen overstrekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgestrekt hebben
jijzult overgestrekt hebben
hijzal overgestrekt hebben
wijzullen overgestrekt hebben
julliezullen overgestrekt hebben
zijzullen overgestrekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overstrekken
jijzou overstrekken
hijzou overstrekken
wijzouden overstrekken
julliezouden overstrekken
zijzouden overstrekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgestrekt hebben
jijzou overgestrekt hebben
hijzou overgestrekt hebben
wijzouden overgestrekt hebben
julliezouden overgestrekt hebben
zijzouden overgestrekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstrek over

Verbs similar to 'overstrekken'

Translations

  • strain, to stretch too far
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "overstrekken"

    English overstretch.

    Additional Information