overlommeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overlommeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overlommeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overlommerend
Past participle - Verleden deelwoord: overlommerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikoverlommer
jijoverlommert
hijoverlommert
wijoverlommeren
jullieoverlommeren
zijoverlommeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overlommerd
jijhebt overlommerd
hijheeft overlommerd
wijhebben overlommerd
julliehebben overlommerd
zijhebben overlommerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoverlommerde
jijoverlommerde
hijoverlommerde
wijoverlommerden
jullieoverlommerden
zijoverlommerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overlommerd
jijhad overlommerd
hijhad overlommerd
wijhadden overlommerd
julliehadden overlommerd
zijhadden overlommerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overlommeren
jijzult overlommeren
hijzal overlommeren
wijzullen overlommeren
julliezullen overlommeren
zijzullen overlommeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overlommerd hebben
jijzult overlommerd hebben
hijzal overlommerd hebben
wijzullen overlommerd hebben
julliezullen overlommerd hebben
zijzullen overlommerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overlommeren
jijzou overlommeren
hijzou overlommeren
wijzouden overlommeren
julliezouden overlommeren
zijzouden overlommeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overlommerd hebben
jijzou overlommerd hebben
hijzou overlommerd hebben
wijzouden overlommerd hebben
julliezouden overlommerd hebben
zijzouden overlommerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijoverlommer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From over- + lommeren.

Additional Information