ontregelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontregelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontregelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontregelend
Past participle - Verleden deelwoord: ontregeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontregel
jijontregelt
hijontregelt
wijontregelen
jullieontregelen
zijontregelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontregeld
jijhebt ontregeld
hijheeft ontregeld
wijhebben ontregeld
julliehebben ontregeld
zijhebben ontregeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontregelde
jijontregelde
hijontregelde
wijontregelden
jullieontregelden
zijontregelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontregeld
jijhad ontregeld
hijhad ontregeld
wijhadden ontregeld
julliehadden ontregeld
zijhadden ontregeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontregelen
jijzult ontregelen
hijzal ontregelen
wijzullen ontregelen
julliezullen ontregelen
zijzullen ontregelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontregeld hebben
jijzult ontregeld hebben
hijzal ontregeld hebben
wijzullen ontregeld hebben
julliezullen ontregeld hebben
zijzullen ontregeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontregelen
jijzou ontregelen
hijzou ontregelen
wijzouden ontregelen
julliezouden ontregelen
zijzouden ontregelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontregeld hebben
jijzou ontregeld hebben
hijzou ontregeld hebben
wijzouden ontregeld hebben
julliezouden ontregeld hebben
zijzouden ontregeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontregel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • De staking dreigt het openbaar vervoer ernstig te ontregelen en veel reizigers zullen hier last van hebben. (The strike threatens to disrupt public transportation severely, causing inconvenience to many passengers.)
  • Het slechte weer kan de vluchtschema's ontregelen en vertragingen veroorzaken. (The bad weather can disrupt flight schedules and cause delays.)

Etymology

From ont- + regelen.

Additional Information