motregenen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of motregenen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: motregenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: motregenend
Past participle - Verleden deelwoord: motregend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

hijmotregent

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

hijheeft motregend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

hijmotregende

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

hijhad motregend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

hijzal motregenen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

hijzal motregend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

hijzou motregenen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

hijzou motregend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

Translations

  • drip, to rain lightly
  • drizzle, to rain lightly
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    miezeren
    druilen, regenen
    piesen
    regenen

    Sample Sentences

    Etymology

    From motregen + -en.

    Additional Information