neutraliseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of neutraliseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: neutraliseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: neutraliserend
Past participle - Verleden deelwoord: geneutraliseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikneutraliseer
jijneutraliseert
hijneutraliseert
wijneutraliseren
jullieneutraliseren
zijneutraliseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geneutraliseerd
jijhebt geneutraliseerd
hijheeft geneutraliseerd
wijhebben geneutraliseerd
julliehebben geneutraliseerd
zijhebben geneutraliseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikneutraliseerde
jijneutraliseerde
hijneutraliseerde
wijneutraliseerden
jullieneutraliseerden
zijneutraliseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geneutraliseerd
jijhad geneutraliseerd
hijhad geneutraliseerd
wijhadden geneutraliseerd
julliehadden geneutraliseerd
zijhadden geneutraliseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal neutraliseren
jijzult neutraliseren
hijzal neutraliseren
wijzullen neutraliseren
julliezullen neutraliseren
zijzullen neutraliseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geneutraliseerd hebben
jijzult geneutraliseerd hebben
hijzal geneutraliseerd hebben
wijzullen geneutraliseerd hebben
julliezullen geneutraliseerd hebben
zijzullen geneutraliseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou neutraliseren
jijzou neutraliseren
hijzou neutraliseren
wijzouden neutraliseren
julliezouden neutraliseren
zijzouden neutraliseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geneutraliseerd hebben
jijzou geneutraliseerd hebben
hijzou geneutraliseerd hebben
wijzouden geneutraliseerd hebben
julliezouden geneutraliseerd hebben
zijzouden geneutraliseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijneutraliseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

opheffen
zuiveren

Sample Sentences

Etymology

Probably borrowed from French neutraliser. Equivalent to neutraal + -iseren. First attested in the seventeenth century. See: French 'neutraliser'.

Additional Information