laveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of laveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: laveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: laverend
Past participle - Verleden deelwoord: gelaveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklaveer
jijlaveert
hijlaveert
wijlaveren
jullielaveren
zijlaveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelaveerd
jijhebt gelaveerd
hijheeft gelaveerd
wijhebben gelaveerd
julliehebben gelaveerd
zijhebben gelaveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklaveerde
jijlaveerde
hijlaveerde
wijlaveerden
jullielaveerden
zijlaveerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelaveerd
jijhad gelaveerd
hijhad gelaveerd
wijhadden gelaveerd
julliehadden gelaveerd
zijhadden gelaveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal laveren
jijzult laveren
hijzal laveren
wijzullen laveren
julliezullen laveren
zijzullen laveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelaveerd hebben
jijzult gelaveerd hebben
hijzal gelaveerd hebben
wijzullen gelaveerd hebben
julliezullen gelaveerd hebben
zijzullen gelaveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou laveren
jijzou laveren
hijzou laveren
wijzouden laveren
julliezouden laveren
zijzouden laveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelaveerd hebben
jijzou gelaveerd hebben
hijzou gelaveerd hebben
wijzouden gelaveerd hebben
julliezouden gelaveerd hebben
zijzouden gelaveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlaveer

Translations

  • maneuver, to move carefully, and often with difficulty, into a certain position
  • spoon, sailing terminology
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    slingeren
    rollen, slieren, zwenken, zwieren
    sturen
    navigeren, loodsen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch laveren (“to tack”), from older loveren, ultimately from Middle Dutch loef.

    Verbs referencing "laveren"

    German, old spelling lavieren, Russian лавировать.

    Additional Information