loodsen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of loodsen

The word "loodsen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: loodsen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: loodsend
Past participle - Verleden deelwoord: geloodst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloods
jijloodst
hijloodst
wijloodsen
jullieloodsen
zijloodsen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geloodst
jijhebt geloodst
hijheeft geloodst
wijhebben geloodst
julliehebben geloodst
zijhebben geloodst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloodste
jijloodste
hijloodste
wijloodsten
jullieloodsten
zijloodsten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geloodst
jijhad geloodst
hijhad geloodst
wijhadden geloodst
julliehadden geloodst
zijhadden geloodst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal loodsen
jijzult loodsen
hijzal loodsen
wijzullen loodsen
julliezullen loodsen
zijzullen loodsen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geloodst hebben
jijzult geloodst hebben
hijzal geloodst hebben
wijzullen geloodst hebben
julliezullen geloodst hebben
zijzullen geloodst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou loodsen
jijzou loodsen
hijzou loodsen
wijzouden loodsen
julliezouden loodsen
zijzouden loodsen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geloodst hebben
jijzou geloodst hebben
hijzou geloodst hebben
wijzouden geloodst hebben
julliezouden geloodst hebben
zijzouden geloodst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloods

Verbs similar to 'loodsen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From loods (“pilot”).

Additional Information