kwijlen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kwijlen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kwijlen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kwijlend
Past participle - Verleden deelwoord: gekwijld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkwijl
jijkwijlt
hijkwijlt
wijkwijlen
julliekwijlen
zijkwijlen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekwijld
jijhebt gekwijld
hijheeft gekwijld
wijhebben gekwijld
julliehebben gekwijld
zijhebben gekwijld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkwijlde
jijkwijlde
hijkwijlde
wijkwijlden
julliekwijlden
zijkwijlden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekwijld
jijhad gekwijld
hijhad gekwijld
wijhadden gekwijld
julliehadden gekwijld
zijhadden gekwijld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kwijlen
jijzult kwijlen
hijzal kwijlen
wijzullen kwijlen
julliezullen kwijlen
zijzullen kwijlen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekwijld hebben
jijzult gekwijld hebben
hijzal gekwijld hebben
wijzullen gekwijld hebben
julliezullen gekwijld hebben
zijzullen gekwijld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kwijlen
jijzou kwijlen
hijzou kwijlen
wijzouden kwijlen
julliezouden kwijlen
zijzouden kwijlen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekwijld hebben
jijzou gekwijld hebben
hijzou gekwijld hebben
wijzouden gekwijld hebben
julliezouden gekwijld hebben
zijzouden gekwijld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkwijl

Translations

  • dribble, to let saliva drip from the mouth
  • drivel, to have saliva drip from the mouth
  • drool, secrete saliva
  • salivate, to produce saliva
  • slaver, to drool saliva
  • slobber, to allow saliva or liquid to run from one's mouth
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch quilen.

    Additional Information