Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: knotten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: knottend
Past participle - Verleden deelwoord: geknot
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | knot |
| jij | knot |
| hij | knot |
| wij | knotten |
| jullie | knotten |
| zij | knotten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geknot |
| jij | hebt geknot |
| hij | heeft geknot |
| wij | hebben geknot |
| jullie | hebben geknot |
| zij | hebben geknot |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | knotte |
| jij | knotte |
| hij | knotte |
| wij | knotten |
| jullie | knotten |
| zij | knotten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geknot |
| jij | had geknot |
| hij | had geknot |
| wij | hadden geknot |
| jullie | hadden geknot |
| zij | hadden geknot |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal knotten |
| jij | zult knotten |
| hij | zal knotten |
| wij | zullen knotten |
| jullie | zullen knotten |
| zij | zullen knotten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geknot hebben |
| jij | zult geknot hebben |
| hij | zal geknot hebben |
| wij | zullen geknot hebben |
| jullie | zullen geknot hebben |
| zij | zullen geknot hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou knotten |
| jij | zou knotten |
| hij | zou knotten |
| wij | zouden knotten |
| jullie | zouden knotten |
| zij | zouden knotten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geknot hebben |
| jij | zou geknot hebben |
| hij | zou geknot hebben |
| wij | zouden geknot hebben |
| jullie | zouden geknot hebben |
| zij | zouden geknot hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'knotten'
aaneenkitten,
aaneenzetten,
aanvatten,
aanvetten,
aanvletten,
aanwitten,
aanzetten,
achterafzetten,
afbetten,
afkatten,
afplatten,
afspitten,
afvatten,
afvetten,
afzetten,
bedotten,
beletten,
benutten,
besmetten,
bespatten, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'knotten'
krotten,
katten,
klatten,
knoeien,
knokken,
knooien,
knoteren,
korten,
kosten,
kouten,
Translations
curtail, cut short an animal's tail
curtail, shorten or abridge
Sample Sentences
-
[...] was niet alleen stevig en gaaf, maar de staken, die ik van eenige boomen daar in den omtrek afgesneden had, waren allen met lange takken uitgeschoten, even als de wilgen, het eerste jaar nadat zij geknot zijn. Ik kon niet zeggen welke boom het was, waarvan deze staken gekapt waren; maar het was mij zeer aangenaam ze zoo te zien uitwassen. Ik leidde ze en gaf ze eene zoo gelijke rigting in het [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ontelbare gissingen, ging ik geheel verward en buiten mij zelven naar huis terug; zonder dat ik, gelijk men zegt, den grond onder mijne voeten voelde, terwijl ik bij elke schrede omzag, en iederen geknotten boomstam voor een mensch aanzag. Het is niet te beschrijven, wat ik mij niet al verbeeldde, en welke uitsporige denkbeelden niet al bij mij opkwamen.
(Robinson Crusoe)
Etymology
Additional Information