gezoden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gezoden

The word "gezoden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gezoden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gezodend
Past participle - Verleden deelwoord: gezood

Cognates

See the 2 cognates of gezoden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgezood
jijgezoodt
hijgezoodt
wijgezoden
julliegezoden
zijgezoden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezood
jijhebt gezood
hijheeft gezood
wijhebben gezood
julliehebben gezood
zijhebben gezood

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgezoodde
jijgezoodde
hijgezoodde
wijgezoodden
julliegezoodden
zijgezoodden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezood
jijhad gezood
hijhad gezood
wijhadden gezood
julliehadden gezood
zijhadden gezood

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gezoden
jijzult gezoden
hijzal gezoden
wijzullen gezoden
julliezullen gezoden
zijzullen gezoden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezood hebben
jijzult gezood hebben
hijzal gezood hebben
wijzullen gezood hebben
julliezullen gezood hebben
zijzullen gezood hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gezoden
jijzou gezoden
hijzou gezoden
wijzouden gezoden
julliezouden gezoden
zijzouden gezoden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezood hebben
jijzou gezood hebben
hijzou gezood hebben
wijzouden gezood hebben
julliezouden gezood hebben
zijzouden gezood hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgezood

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "gezoden"

English sodden.

Additional Information