gedenken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gedenken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gedenken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gedenkend
Past participle - Verleden deelwoord: gedacht

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgedenk
jijgedenkt
hijgedenkt
wijgedenken
julliegedenken
zijgedenken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedacht
jijhebt gedacht
hijheeft gedacht
wijhebben gedacht
julliehebben gedacht
zijhebben gedacht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgedacht
jijgedacht
hijgedacht
wijgedachten
julliegedachten
zijgedachten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedacht
jijhad gedacht
hijhad gedacht
wijhadden gedacht
julliehadden gedacht
zijhadden gedacht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gedenken
jijzult gedenken
hijzal gedenken
wijzullen gedenken
julliezullen gedenken
zijzullen gedenken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedacht hebben
jijzult gedacht hebben
hijzal gedacht hebben
wijzullen gedacht hebben
julliezullen gedacht hebben
zijzullen gedacht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gedenken
jijzou gedenken
hijzou gedenken
wijzouden gedenken
julliezouden gedenken
zijzouden gedenken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedacht hebben
jijzou gedacht hebben
hijzou gedacht hebben
wijzouden gedacht hebben
julliezouden gedacht hebben
zijzouden gedacht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgedenk

Translations

  • remember, to recall from one's memory
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    herdenken
    memoreren

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch gedenken, from Old Dutch *gethenken, from Proto-West Germanic *gaþankijan. Equivalent to ge- + denken.

    Additional Information