fladderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of fladderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: fladderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: fladderend
Past participle - Verleden deelwoord: gefladderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfladder
jijfladdert
hijfladdert
wijfladderen
julliefladderen
zijfladderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefladderd
jijhebt gefladderd
hijheeft gefladderd
wijhebben gefladderd
julliehebben gefladderd
zijhebben gefladderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfladderde
jijfladderde
hijfladderde
wijfladderden
julliefladderden
zijfladderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefladderd
jijhad gefladderd
hijhad gefladderd
wijhadden gefladderd
julliehadden gefladderd
zijhadden gefladderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal fladderen
jijzult fladderen
hijzal fladderen
wijzullen fladderen
julliezullen fladderen
zijzullen fladderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefladderd hebben
jijzult gefladderd hebben
hijzal gefladderd hebben
wijzullen gefladderd hebben
julliezullen gefladderd hebben
zijzullen gefladderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou fladderen
jijzou fladderen
hijzou fladderen
wijzouden fladderen
julliezouden fladderen
zijzouden fladderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefladderd hebben
jijzou gefladderd hebben
hijzou gefladderd hebben
wijzouden gefladderd hebben
julliezouden gefladderd hebben
zijzouden gefladderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfladder

Translations

  • waft, to float easily and gently on the air
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From earlier fledderen, vledderen, from Middle Dutch vlederen, denominative from Middle Dutch vleder (“wing”). See also German flattern (“to flutter”) and Falter (“moth”). See: German, old spelling 'flattern'.

    Verbs referencing "fladderen"

    German, old spelling flattern.

    Additional Information