feuilleteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of feuilleteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: feuilleteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: feuilleterend
Past participle - Verleden deelwoord: gefeuilleteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfeuilleteer
jijfeuilleteert
hijfeuilleteert
wijfeuilleteren
julliefeuilleteren
zijfeuilleteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefeuilleteerd
jijhebt gefeuilleteerd
hijheeft gefeuilleteerd
wijhebben gefeuilleteerd
julliehebben gefeuilleteerd
zijhebben gefeuilleteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfeuilleteerde
jijfeuilleteerde
hijfeuilleteerde
wijfeuilleteerden
julliefeuilleteerden
zijfeuilleteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefeuilleteerd
jijhad gefeuilleteerd
hijhad gefeuilleteerd
wijhadden gefeuilleteerd
julliehadden gefeuilleteerd
zijhadden gefeuilleteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal feuilleteren
jijzult feuilleteren
hijzal feuilleteren
wijzullen feuilleteren
julliezullen feuilleteren
zijzullen feuilleteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefeuilleteerd hebben
jijzult gefeuilleteerd hebben
hijzal gefeuilleteerd hebben
wijzullen gefeuilleteerd hebben
julliezullen gefeuilleteerd hebben
zijzullen gefeuilleteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou feuilleteren
jijzou feuilleteren
hijzou feuilleteren
wijzouden feuilleteren
julliezouden feuilleteren
zijzouden feuilleteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefeuilleteerd hebben
jijzou gefeuilleteerd hebben
hijzou gefeuilleteerd hebben
wijzouden gefeuilleteerd hebben
julliezouden gefeuilleteerd hebben
zijzouden gefeuilleteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfeuilleteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information