afluisteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afluisteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afluisteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afluisterend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeluisterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikluister af
jijluistert af
hijluistert af
wijluisteren af
jullieluisteren af
zijluisteren af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeluisterd
jijhebt afgeluisterd
hijheeft afgeluisterd
wijhebben afgeluisterd
julliehebben afgeluisterd
zijhebben afgeluisterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikluisterde af
jijluisterde af
hijluisterde af
wijluisterden af
jullieluisterden af
zijluisterden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeluisterd
jijhad afgeluisterd
hijhad afgeluisterd
wijhadden afgeluisterd
julliehadden afgeluisterd
zijhadden afgeluisterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afluisteren
jijzult afluisteren
hijzal afluisteren
wijzullen afluisteren
julliezullen afluisteren
zijzullen afluisteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeluisterd hebben
jijzult afgeluisterd hebben
hijzal afgeluisterd hebben
wijzullen afgeluisterd hebben
julliezullen afgeluisterd hebben
zijzullen afgeluisterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afluisteren
jijzou afluisteren
hijzou afluisteren
wijzouden afluisteren
julliezouden afluisteren
zijzouden afluisteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeluisterd hebben
jijzou afgeluisterd hebben
hijzou afgeluisterd hebben
wijzouden afgeluisterd hebben
julliezouden afgeluisterd hebben
zijzouden afgeluisterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijluister af

Translations

  • eavesdrop, to hear a conversation one is not intended to hear
  • tap, to intercept communication
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    luisteren
    luistervinken

    Sample Sentences

    • [...] hoe goed het versterkt was. Ik wist, dat de sloep niet dan na tien uren vlot kon komen, en dan zou het duister zijn, en ik hunne bewegingen gade slaan, en hunne gesprekken, als zij die voerden, afluisteren. Middelerwijl maakte ik mij tot een gevecht gereed, even als vroeger, maar met meer behoedzaamheid, daar ik wist, dat ik thans met een geheel ander slag van vijanden dan de vorige te doen had. Ik [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From af + luisteren.

    Additional Information