desinfecteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of desinfecteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: desinfecteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: desinfecterend
Past participle - Verleden deelwoord: gedesinfecteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdesinfecteer
jijdesinfecteert
hijdesinfecteert
wijdesinfecteren
julliedesinfecteren
zijdesinfecteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedesinfecteerd
jijhebt gedesinfecteerd
hijheeft gedesinfecteerd
wijhebben gedesinfecteerd
julliehebben gedesinfecteerd
zijhebben gedesinfecteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdesinfecteerde
jijdesinfecteerde
hijdesinfecteerde
wijdesinfecteerden
julliedesinfecteerden
zijdesinfecteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedesinfecteerd
jijhad gedesinfecteerd
hijhad gedesinfecteerd
wijhadden gedesinfecteerd
julliehadden gedesinfecteerd
zijhadden gedesinfecteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal desinfecteren
jijzult desinfecteren
hijzal desinfecteren
wijzullen desinfecteren
julliezullen desinfecteren
zijzullen desinfecteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedesinfecteerd hebben
jijzult gedesinfecteerd hebben
hijzal gedesinfecteerd hebben
wijzullen gedesinfecteerd hebben
julliezullen gedesinfecteerd hebben
zijzullen gedesinfecteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou desinfecteren
jijzou desinfecteren
hijzou desinfecteren
wijzouden desinfecteren
julliezouden desinfecteren
zijzouden desinfecteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedesinfecteerd hebben
jijzou gedesinfecteerd hebben
hijzou gedesinfecteerd hebben
wijzouden gedesinfecteerd hebben
julliezouden gedesinfecteerd hebben
zijzouden gedesinfecteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdesinfecteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

ontsmetten
zuiveren

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French désinfecter. Equivalent to des- + infecteren. See: French 'désinfecter'.

Additional Information