confedereren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of confedereren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: confedereren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: confedererend
Past participle - Verleden deelwoord: geconfedereerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconfedereer
jijconfedereert
hijconfedereert
wijconfedereren
jullieconfedereren
zijconfedereren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconfedereerd
jijhebt geconfedereerd
hijheeft geconfedereerd
wijhebben geconfedereerd
julliehebben geconfedereerd
zijhebben geconfedereerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconfedereerde
jijconfedereerde
hijconfedereerde
wijconfedereerden
jullieconfedereerden
zijconfedereerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconfedereerd
jijhad geconfedereerd
hijhad geconfedereerd
wijhadden geconfedereerd
julliehadden geconfedereerd
zijhadden geconfedereerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal confedereren
jijzult confedereren
hijzal confedereren
wijzullen confedereren
julliezullen confedereren
zijzullen confedereren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconfedereerd hebben
jijzult geconfedereerd hebben
hijzal geconfedereerd hebben
wijzullen geconfedereerd hebben
julliezullen geconfedereerd hebben
zijzullen geconfedereerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou confedereren
jijzou confedereren
hijzou confedereren
wijzouden confedereren
julliezouden confedereren
zijzouden confedereren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconfedereerd hebben
jijzou geconfedereerd hebben
hijzou geconfedereerd hebben
wijzouden geconfedereerd hebben
julliezouden geconfedereerd hebben
zijzouden geconfedereerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconfedereer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch confedereren, from Old French confederer, from Latin cōnfoederō. See: Latin 'cōnfoederō'.

Additional Information