coïncideren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of coïncideren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: coïncideren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: coïnciderend
Past participle - Verleden deelwoord: gecoïncideerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcoïncideer
jijcoïncideert
hijcoïncideert
wijcoïncideren
julliecoïncideren
zijcoïncideren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecoïncideerd
jijhebt gecoïncideerd
hijheeft gecoïncideerd
wijhebben gecoïncideerd
julliehebben gecoïncideerd
zijhebben gecoïncideerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcoïncideerde
jijcoïncideerde
hijcoïncideerde
wijcoïncideerden
julliecoïncideerden
zijcoïncideerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecoïncideerd
jijhad gecoïncideerd
hijhad gecoïncideerd
wijhadden gecoïncideerd
julliehadden gecoïncideerd
zijhadden gecoïncideerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal coïncideren
jijzult coïncideren
hijzal coïncideren
wijzullen coïncideren
julliezullen coïncideren
zijzullen coïncideren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecoïncideerd hebben
jijzult gecoïncideerd hebben
hijzal gecoïncideerd hebben
wijzullen gecoïncideerd hebben
julliezullen gecoïncideerd hebben
zijzullen gecoïncideerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou coïncideren
jijzou coïncideren
hijzou coïncideren
wijzouden coïncideren
julliezouden coïncideren
zijzouden coïncideren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecoïncideerd hebben
jijzou gecoïncideerd hebben
hijzou gecoïncideerd hebben
wijzouden gecoïncideerd hebben
julliezouden gecoïncideerd hebben
zijzouden gecoïncideerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcoïncideer

Translations

  • coincide, to correspond
  • coincide, to occupy exactly the same space
  • coincide, to occur at the same time
  • respond, to correspond
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French coïncider. See: French 'coïncider'.

    Additional Information