bufferen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bufferen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bufferen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bufferend
Past participle - Verleden deelwoord: gebufferd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbuffer
jijbuffert
hijbuffert
wijbufferen
julliebufferen
zijbufferen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebufferd
jijhebt gebufferd
hijheeft gebufferd
wijhebben gebufferd
julliehebben gebufferd
zijhebben gebufferd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbufferde
jijbufferde
hijbufferde
wijbufferden
julliebufferden
zijbufferden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebufferd
jijhad gebufferd
hijhad gebufferd
wijhadden gebufferd
julliehadden gebufferd
zijhadden gebufferd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bufferen
jijzult bufferen
hijzal bufferen
wijzullen bufferen
julliezullen bufferen
zijzullen bufferen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebufferd hebben
jijzult gebufferd hebben
hijzal gebufferd hebben
wijzullen gebufferd hebben
julliezullen gebufferd hebben
zijzullen gebufferd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bufferen
jijzou bufferen
hijzou bufferen
wijzouden bufferen
julliezouden bufferen
zijzouden bufferen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebufferd hebben
jijzou gebufferd hebben
hijzou gebufferd hebben
wijzouden gebufferd hebben
julliezouden gebufferd hebben
zijzouden gebufferd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbuffer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Het filmpje buffert sneller als je een lagere videokwaliteit selecteert. (The video buffers quicker if you select a lower video quality.)

Etymology

Borrowed from English buffer. By surface analysis, buffer + -en. See: English 'buffer'.

Additional Information