afzweren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afzweren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afzweren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afzwerend
Past participle - Verleden deelwoord: afgezweerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzweer af
jijzweert af
hijzweert af
wijzweren af
julliezweren af
zijzweren af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgezweerd
jijhebt afgezweerd
hijheeft afgezweerd
wijhebben afgezweerd
julliehebben afgezweerd
zijhebben afgezweerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzweerde af
jijzweerde af
hijzweerde af
wijzweerden af
julliezweerden af
zijzweerden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgezweerd
jijhad afgezweerd
hijhad afgezweerd
wijhadden afgezweerd
julliehadden afgezweerd
zijhadden afgezweerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afzweren
jijzult afzweren
hijzal afzweren
wijzullen afzweren
julliezullen afzweren
zijzullen afzweren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgezweerd hebben
jijzult afgezweerd hebben
hijzal afgezweerd hebben
wijzullen afgezweerd hebben
julliezullen afgezweerd hebben
zijzullen afgezweerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afzweren
jijzou afzweren
hijzou afzweren
wijzouden afzweren
julliezouden afzweren
zijzouden afzweren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgezweerd hebben
jijzou afgezweerd hebben
hijzou afgezweerd hebben
wijzouden afgezweerd hebben
julliezouden afgezweerd hebben
zijzouden afgezweerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzweer af

Translations

  • abjure, to renounce upon oath
  • abjure, to renounce with solemnity
  • abnegate, to reject, to deny
  • defy, to renounce or dissolve all bonds
  • renege, deny, renounce
  • forswear, to renounce or deny something, especially under oath
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch afsweren. Equivalent to af + zweren.

    Additional Information