aandurven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aandurven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aandurven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aandurvend
Past participle - Verleden deelwoord: aangedurfd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdurf aan
jijdurft aan
hijdurft aan
wijdurven aan
julliedurven aan
zijdurven aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangedurfd
jijhebt aangedurfd
hijheeft aangedurfd
wijhebben aangedurfd
julliehebben aangedurfd
zijhebben aangedurfd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdorst aan; durfde aan
jijdorst aan; durfde aan
hijdorst aan; durfde aan
wijdorsten aan; durfden aan
julliedorsten aan; durfden aan
zijdorsten aan; durfden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangedurfd
jijhad aangedurfd
hijhad aangedurfd
wijhadden aangedurfd
julliehadden aangedurfd
zijhadden aangedurfd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aandurven
jijzult aandurven
hijzal aandurven
wijzullen aandurven
julliezullen aandurven
zijzullen aandurven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangedurfd hebben
jijzult aangedurfd hebben
hijzal aangedurfd hebben
wijzullen aangedurfd hebben
julliezullen aangedurfd hebben
zijzullen aangedurfd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aandurven
jijzou aandurven
hijzou aandurven
wijzouden aandurven
julliezouden aandurven
zijzouden aandurven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangedurfd hebben
jijzou aangedurfd hebben
hijzou aangedurfd hebben
wijzouden aangedurfd hebben
julliezouden aangedurfd hebben
zijzouden aangedurfd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdurf aan

Verbs conjugated like 'aandurven'

aandurven, durven,

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

durven
riskeren, wagen
tarten
trotseren
wagen
durven

Sample Sentences

Etymology

Compound of aan + durven.

Additional Information